Dag 1,
X wordt wakker in het gras, hij kijkt verbaasd rond. Hij wrijft met zijn hand door zijn haar en voelt een ijskoude hand. X schrikt. ‘Waarom is mijn hand zo koud?’ vraagt x zich af. X probeert op te staan maar hij zakt door zijn knieën, en begint bloed te hoesten.‘Aaaaaaah wat is er met mij aan de hand?’ ‘Waar ben ik?’ vragen die onbeantwoord bleven. Hij staat weer recht, hij wrijft het bloed van zijn mond af, en hij gaat verder. Hij ziet een huis en loopt naar de deur en bonkt op de deur, geen reactie. ‘Is hier iemand?’ roept x en hij bonkt nog harder op de deur. Maar nog steeds krijgt hij geen antwoord, het enige antwoord dat hij krijgt is het geschater van de vogels in de achtergrond. Hij reikt zijn hand naar de deurklink en duwt deze naar beneden, de deur gaat open. ‘Vreemd’ denkt hij. Hij gaat naar binnen en ruikt de geur van gedoofde kaarsen. Hij komt in de keuken van het huis terecht en krijgt rillingen over zicht heen. Hij ziet een gedekte tafel met kaarsen die helemaal opgebrand waren. Er stond een heerlijk maal op de tafel, maar daar dit was zelfs niet aangeraakt. Hij wandelt verder naar de woonkamer en ziet een foto staan. Hij neemt de foto en kijkt. Er staat een jong koppel op. De gezichten staan er vaag op. Hij zet hem terug en wandelt terug. Hij stuit op een badkamer en wandelt in scherven, zijn voet begint te bloeden, het zijn spiegelscherven. De spiegel lag verspreidt over de hele badkamer.
‘Wat is hier gebeurd?’ de rillingen komen weer terug. X wordt draaierig en grijpt naar een stoel. Maar het is te laat x draait weg en valt in de spiegelscherven.
Hij wordt weer wakker in de badkamer, maar de glasscherven zijn weg. Zijn voet bloed niet meer. En hij is keurig opgemaakt. Hij kijkt in de spiegel en lijkt zich klaar te maken. Hij weet niet waarvoor hij zich klaarmaak, maar de drang is te groot. Hij moet zich klaarmaken, elk moment dat hij dit doet voelt hij in zich in een soort extase. Net alsof zichzelf klaarmaken een drug is, hij voelt in zijn zak en mompelt ‘het is bijna zover’. Hij weet niet wat bijna zover is. Het is alsof hij niet in controle van zichzelf is.
X wordt wakker in het gras, hij kijkt verbaasd rond. Hij wrijft met zijn hand door zijn haar en voelt een ijskoude hand. X schrikt. ‘Waarom is mijn hand zo koud?’ vraagt x zich af. X probeert op te staan maar hij zakt door zijn knieën, en begint bloed te hoesten.‘Aaaaaaah wat is er met mij aan de hand?’ ‘Waar ben ik?’ vragen die onbeantwoord bleven. Hij staat weer recht, hij wrijft het bloed van zijn mond af, en hij gaat verder. Hij ziet een huis en loopt naar de deur en bonkt op de deur, geen reactie. ‘Is hier iemand?’ roept x en hij bonkt nog harder op de deur. Maar nog steeds krijgt hij geen antwoord, het enige antwoord dat hij krijgt is het geschater van de vogels in de achtergrond. Hij reikt zijn hand naar de deurklink en duwt deze naar beneden, de deur gaat open. ‘Vreemd’ denkt hij. Hij gaat naar binnen en ruikt de geur van gedoofde kaarsen. Hij komt in de keuken van het huis terecht en krijgt rillingen over zicht heen. Hij ziet een gedekte tafel met kaarsen die helemaal opgebrand waren. Er stond een heerlijk maal op de tafel, maar daar dit was zelfs niet aangeraakt. Hij wandelt verder naar de woonkamer en ziet een foto staan. Hij neemt de foto en kijkt. Er staat een jong koppel op. De gezichten staan er vaag op. Hij zet hem terug en wandelt terug. Hij stuit op een badkamer en wandelt in scherven, zijn voet begint te bloeden, het zijn spiegelscherven. De spiegel lag verspreidt over de hele badkamer.
‘Wat is hier gebeurd?’ de rillingen komen weer terug. X wordt draaierig en grijpt naar een stoel. Maar het is te laat x draait weg en valt in de spiegelscherven.
Hij wordt weer wakker in de badkamer, maar de glasscherven zijn weg. Zijn voet bloed niet meer. En hij is keurig opgemaakt. Hij kijkt in de spiegel en lijkt zich klaar te maken. Hij weet niet waarvoor hij zich klaarmaak, maar de drang is te groot. Hij moet zich klaarmaken, elk moment dat hij dit doet voelt hij in zich in een soort extase. Net alsof zichzelf klaarmaken een drug is, hij voelt in zijn zak en mompelt ‘het is bijna zover’. Hij weet niet wat bijna zover is. Het is alsof hij niet in controle van zichzelf is.