snippet from The Man Who Lived In A Box
The Man Who Lived In A Box
De man die in een doos op het kerkhof woonde, kroop uit de kartonnen behuizing, rechtte geeuwend zijn rug en sloeg de kreukels uit zijn jas. Hij keek omhoog, zocht de zon in het oosten, de zon die zojuist de dunne muren van zijn huisje had verwarmd, wier warmte hem had gewekt. Maar de zon trok zich terug, juist op dat moment, verschool zich schielijk achter een wolkendek, alsof ze zich schaamde voor de euvele daad die ze had verricht: hem los te weken van zijn dromen, de dromen die hem steevast terug voerden naar zijn tijd tussen de levenden, zijn spreektijd.
Was hij dood?
Hij liet zijn blik langs de zerken gaan en het kwam hem voor als was het de eerste keer dat hij ze in zich opnam. Alsof ze zich voor het eerst in al hun schuldige steenheid aan hem toonden. De afwezigheid van kleur, die monotonie van grijsgrauw, slechts een enkele keer afgewisseld door een groen uitgeslagen marmeren bodemplaat, contrasteerde sterk met de vormenveelheid van de steenstapeling. Kruis na kruis, zerk na zerk gaf zich met de jaren steeds meer gewonnen aan de opwaartse druk van de knoken, die zielloos en kaalgevreten door het vermolmde hout heen opwelden, naar het licht reikten dat hen jaren her verraden had, een hulpeloos terugwroeten naar het kortstondige moment waarop het ijzer van de doodgraversspade wat nog restte aan aarde wegschepte, de knoken in een zwaai door het vals grijnzende licht wierp, het hout van de platte kar waarop ze neerkwamen klonk dof op als het a-ritmische geluid dat de eerste kluiten maken op een zojuist neergedaalde lijkkist, de kar die ze meevoerde naar de knekelput, dieper dan het diepste graf, zo diep dat het een echoën gaf van het knokenjammeren, een herklinken dat weldra werd gesmoord door de aarde die haar verbond met het licht gestand bleef.
De verhoging waarop zijn nachtverblijf zich bevond - zijn doos lag in de nauwe opening van een familiegraf in het midden van de terp - bood hem een majestueus uitzicht over de graven om hem heen.
Hij las de namen, prevelde ze geluidloos voor zich uit, een enkele riep een herinnering op die als paardengeklop door de nevel opklonk en wegstierf. Familienamen al de zijne. Povere ketens van breekbaar aardewerk, de meeste gebarsten, sommigen geheel en al vergruisd en zo dun geworden dat de wind korte metten met hun kruimel maakte, ze terugvoerde naar de rivier die ze ooit gebaard had.

1

Is the story over... or just beginning?

you may politely request that the author write another page by clicking the button below...


This author has released some other pages from The Man Who Lived In A Box :

1  


Some friendly and constructive comments